Onderstaande tekst is eerder ook verschenen als opiniestuk in de Trouw en op BRON van Fontys Hogescholen.

De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) uitte op 3 juni in Trouw zijn zorgen over de groeiende populariteit van betaalde scriptiebegeleiders. Voorzitter Carline van Breugel ‘spreekt er schande van’ dat zoveel studenten zich genoodzaakt voelen buiten de opleiding hulp te zoeken. Hier geef ik haar volledig gelijk in. Ze vervolgt: “Er zou binnen de opleiding genoeg persoonlijke aandacht moeten zijn, zodat alle studenten de eindstreep kunnen halen.” Hier slaat zij de plank echter mis.

Voordat ik dit toelicht, is het van belang om te weten dat zorgen over externe scriptiebegeleiding al jaren worden geuit. Vaak worden hbo- en universitaire studenten daarbij op één hoop gegooid, terwijl het gros van de studenten dat externe hulp zoekt (zo is althans mijn ervaring met meer dan zeshonderd studenten de afgelopen vijf jaar) afkomstig is van het hbo.

Drie problemen

Organisaties als de Algemene Onderwijsbond, hogescholen, en docenten benoemen steevast drie problemen die zouden leiden tot de groei van externe begeleiding: onvoldoende onderzoeksvakken, ontoereikende begeleiding en ontoereikende onderzoeksvaardigheden van en aandacht voor studenten.

Dit lijkt zinnig, maar het is de wereld op zijn kop. Zo’n beetje alle artikelen, analyses en zelfs beleidsdocumenten die zich hierop richten, staan niet stil bij de daadwerkelijke oorzaak: de onwenselijkheid van de huidige vorm van de hbo-scriptie als afstudeereis.

Het probleem is volgens mij – en ik versimpel dit hier bewust – dat de huidige en steeds wetenschappelijker vorm van hbo-scripties helemaal niet past bij het hbo-curriculum. Het past niet bij het doel van de meeste hbo-opleidingen en vaak ook niet bij de studentenpopulatie.

Een curriculum aan de universiteit duurt doorgaans minimaal drie jaar en is grotendeels gericht op het benutten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Het hbo-curriculum is gericht op het opleiden van vakbekwame professionals, met een ‘onderzoekend vermogen’. Dit terwijl de hbo-scriptie als afstudeereis om een praktijkonderzoeker vraagt. Maar tussen de opleiding tot vakbekwame professional en praktijkonderzoeker zit een wereld van verschil. Zo’n drie jaar aan de universiteit, om precies te zijn. En daarom werkt het niet.

Er wordt veel gesproken over het zoeken naar ‘een balans’ met betrekking tot de aanwezigheid van onderzoeksvaardigheden in het hbo-curriculum. Maar óf je leidt vakbekwame professionals op óf praktijkonderzoekers. Beiden kan niet, tenzij je de duur van de studies aanzienlijk verlengt. Hoe strenger de hbo-scriptie geldt als afstudeereis, hoe groter de spanning met het curriculum en de begeleiding. En zolang dit spanningsveld blijft bestaan, groeit de markt van externe begeleiding.

Praktijkopdracht

Het is verleidelijk om dus te kiezen voor meer onderzoeksvakken, betere begeleiding en meer aandacht voor de student. Dit is voor veel opleidingen zelfs een noodzakelijke keuze: de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie kan studies waarschuwingen geven als ‘het onderzoekend vermogen van afstudeerders’ niet goed genoeg is – met alle gevolgen van dien. Zo stimuleert het systeem het voortduren van de problematiek.

Ik stel voor dat we dit anders doen: schaf de hbo-scriptie in zijn huidige vorm af en vervang die door een passende zelfstandige praktijkopdracht als proeve van bekwaamheid. Verplicht de scriptie enkel voor studenten die willen doorstromen naar een (pre-)master en investeer de vrijgekomen middelen in de praktijkgerichte onderzoekscentra op hbo-instellingen zodat zij hen daarbij kunnen helpen.